Homepage Breigarens
breiwol, katoen,...
Handwerkpakketten
Borduren, kruissteek, knopen...
Kousen
panty's, sokken,...
Nieuwigheden Home decoratie Sitemap Contact
Bestelling plaatsen Leveringsvoorwaarden Winkelwagentje

Breitip 1

***

Ik maak altijd een proeflapje en het klopt iedere keer, ik volg perfect de breibeschrijving in het breiboek, maar toch past mijn trui altijd wel de buurvrouw, maar nooit mij.  Wat doe ik verkeerd ?

Er zijn een paar dingen waar je maar beter vooraf even op let:

Stap 1. Controleer de maat op de juiste manier: veel mensen staren zich blind op het maatcijfertje, zo nemen ze bvb.altijd maat 42 omdat ze die maat kopen in confectiekleding, maar een maat 42 is niet altijd even groot.  
Bij elke breibeschrijving staat ofwel een patroonschema (tekening met afmetingen erbij), ofwel een opsomming van breedte- en lengtematen.  Aan de hand daarvan controleer je welke maat je dient te volgen.  Hoe ?
Haal een trui uit de kast die ongeveer hetzelfde model heeft dan de nieuw te breien trui.  Trek hem aan en controleer voor de spiegel waar hij eventueel ergens een centimetertje smaller of breder zou moeten zijn.  Trek de trui weer uit en leg hem plat op tafel.  Meet lengte en vooral breedte na en vergelijk met de afmetingen bij het breipatroon.  Hou daarbij rekening met het eventuele te brede of te smalle centimetertje. De lengte kan je nog aanpassen terwijl je aan het breiwerk bezig bent, maar de breedte is onderweg niet aanpasbaar en moet vanaf de opzet absoluut kloppen !  Op die manier zie je welke maat je kan volgen en hou geen rekening met de "titel" die deze maat krijgt.  

Bedenk: een maat 46 die je perfect past ziet er goed uit, een maat 44 die te klein is niet.  Bovendien ziet niemand dat je maat 46 gevolgd hebt.  Ze zien enkel dat je trui goed past.  Als hij te groot of te klein is ziet wel iedereen dat je een verkeerde maat gebreid hebt !

Stap 2. Als je de juiste maat bepaald hebt brei je een proeflapje op de juiste manier
de meeste breisters maken een proeflapje van exact het aantal steken dat op de stekenverhouding is aangegeven (bvb.12 st.= 10 cm)  Ze zetten 12 st.op en breien een proeflapje van 8 of 9 cm.hoogte.  (als het maar geen 10 moet zijn, het dient toch enkel om uit te trekken, wat een onzinnige bezigheid !)  Dan leggen ze het lapje op tafel en leggen een lintmeter van de ene kant naar de andere.  De kanten krullen zich op, ze doen hun best om ze plat te krijgen, waarbij ze er onvermijdelijk wat aan trekken.  Als ze zien dat ze er nét niet gaan komen trekken ze nog een beetje... oef..., 10 cm .. , klopt..., klaar !

Is het verwonderlijk dat heel die trui te smal wordt ? Het zou eerder een mirakel zijn als alles klopte !

Wat is dan wel de goede manier ? Op de breibeschrijving staat een stekenverhouding (aantal steken op 10 cm).  Je zet het dubbel aantal st.op en breit ong. 10 cm hoog.  Laat de breinaald in het breiwerk zitten en leg het goed plat op tafel.  Meet met een lintmeter de middelste 10 cm zodat de kanten er "naast" vallen.  Steek 2 maasnaalden in het breiwerk: de eerste op 0 cm en de tweede op 10 cm.  Aan beide kanten is er "overschot" van breiwerk, deze kanten krullen zich op, laat ze krullen, ze worden niet mee gemeten.  Haal de lintmeter weg.  Nu kan je de steken tussen beide maasnaalden goed tellen. Als je ze niet duidelijk genoeg kan zien mag je ze zelfs opentrekken als dat voor jou gemakkelijker is.  Zo lang de naalden op hun plaats blijven is het goed. 

Waarom moet ik dat met 2 maasnaalden doen ? Ik ben ervaren, heb verstand van steken tellen, ik kan het evengoed langs de rand van de lintmeter tellen.
Om je tegen jezelf te beschermen misschien ? Als er naalden in het werk zitten kan je onmogelijk jezelf voorhouden dat het aantal klopt als het niet zo is.  Als je telt zonder naalden wordt er al snel "ongeveer" juist geteld.  Test zelf het verschil maar eens uit....

Ik heb een halve steek te veel, dat is ook al goed zeker ?
Als je een halve steek verschil hebt op 10 cm, hoeveel centimeter verschil geeft dat op de hele breedte van je trui ? Afhankelijk van de dikte van het breigaren kan dat je trui een paar maten te groot of te klein maken !  Wil je het zeker weten ? Bereken het dan met de regel van 3: 0,5 (een halve steek) delen door 10 (omdat je op 10 cm gemeten hebt) en vermenigvuldigen met het aantal cm.van de te bekomen truibreedte.  Dan weet je exact hoeveel steken de trui te groot of te klein zal worden.  Als je trui 2 st.te groot wordt en je breit met een dunne draad maakt dat inderdaad niet veel uit, maar als hij 2 st in een dikke draad te groot is kan dat meteen 2 cm te breed worden (dat is 4 cm in de omtrek!!!)  

Als het proeflapje geen halve, maar een hele steek (of meer) verschil geeft kan je op dezelfde manier vooraf berekenen hoeveel centimeter (of maten) je trui te groot of te klein zal worden. Gemakkelijk, niet ? Nu weet je vooraf of de trui jou zal passen of voor welke buurvrouw hij zal zijn...

Wat doe ik als het aantal st.niet klopt ? Kan ik dan gewoon mijn trui beginnen breien ? Neem ik dikkere of dunnere naalden ?
Even logisch nadenken: als je te veel steken in de 10 cm gepropt krijgt zijn de steken te klein, dus te vast gebreid, je hebt een dikkere naald nodig.
Heb je te weinig steken in de 10 cm gekregen ? Dan zijn de steken te groot, te los, dus heb je een dunnere naald nodig.
En helaas, neen, je kan niet meteen aan de trui beginnen.  Je weet immers nog niet of je met een halve maat dunner of dikker op de juiste verhouding komt.  Neem een andere maat breinaalden en brei het proeflapje nog 10 cm hoger (zet een contrasterend draadje vast in de naald waar je breinaalden gewisseld hebt zodat je duidelijk ziet waar je begonnen bent).  Meet alles opnieuw na, kom je er nog niet, neem dan nogmaals andere breinaalden tot het klopt.

Stap 3.  Als je aan het eerste pand van je trui bezig bent meet je bij ong.10 cm.hoogte toch nog eens de breedte na en controleer deze met de afmeting bij het schema.  Sommige breisters beginnen opeens vaster (of losser) te breien met veel steken op de breinaald.  Het zijn uitzonderingen, maar ze zijn er.  En het is beter nog eens de eerste 10 cm van een rugpand opnieuw te breien met nog maar eens een andere maat breinaalden dan een hele trui opnieuw uit te trekken, of niet soms ?

Moet ik echt al die moeite doen ?
Als je een trui wil die op dezelfde maten uitkomt dan je breibeschrijving: ja !

Troost: eens je wat ervaring hebt weet je wel of je gewoonlijk te vast of te los breit, dan kan je meteen een dikkere of dunnere naald nemen voor je proeflapje en hoef je meestal geen 3 of meer keren opnieuw te beginnen, maar een proeflapje maken hoort bij breien als je wil dat je trots kan zijn op het resultaat.

Stap 4. Leer uit je fouten en verkeerde gewoonten !  

Een filosofisch momentje: breien doe je niet alleen maar om nieuwe kleding te hebben, maar ook om te ontspannen en weg te dromen, de stress van de voorbije dag(en) te laten ontsnappen.  Het maakt niet uit of de trui vandaag klaar is, of slechts over een paar dagen, het resultaat is het belangrijkste.  Maak je dus niet druk over een proeflapje meer of minder.  Eens je trui klaar, neem dan een filosofisch momentje om na te denken over je pas voltooide brei-ervaring.  Trek je nieuwe trui aan, ga voor de spiegel staan en controleer of er dingen zijn die je de volgende keer beter zou kunnen doen en dóe het ook !

Terug naar vragen: breitips

voor haak- en breimodellen zie volgende pagina's:

lente/zomer kinderen ... lente/zomer dames/heren

herfst/winter kinderen ... herfst/winter dames/heren

voor andere kwaliteiten breiwol, zie alfabetisch overzicht collectie en overzicht volgens naalddikte



bijhorigheden
voor breien, haken, handwerk,...

 

 

Homepage Breigarens
breiwol, katoen,...
Handwerkpakketten
Borduren, kruissteek, knopen...
Kousen
panty's, sokken,...
Nieuwigheden Home decoratie Sitemap Contact
Bestelling plaatsen Leveringsvoorwaarden Winkelwagentje