Breitip 1*** Ik maak altijd een proeflapje en het klopt iedere keer, ik volg perfect de breibeschrijving in het breiboek, maar toch past mijn trui altijd wel de buurvrouw, maar nooit mij. Wat doe ik verkeerd ? Er zijn een paar dingen waar je maar beter vooraf even op let: Stap 1. Controleer de maat op de
juiste manier: veel mensen staren zich blind op het maatcijfertje,
zo nemen ze bvb.altijd maat 42 omdat ze die maat kopen in confectiekleding,
maar een maat 42 is niet altijd even groot. Bedenk: een maat 46 die je perfect past ziet er goed uit, een maat 44 die te klein is niet. Bovendien ziet niemand dat je maat 46 gevolgd hebt. Ze zien enkel dat je trui goed past. Als hij te groot of te klein is ziet wel iedereen dat je een verkeerde maat gebreid hebt ! Stap 2. Als je de juiste maat bepaald hebt brei je
een proeflapje op de juiste manier: Is het verwonderlijk dat heel die trui te smal wordt ? Het zou eerder een mirakel zijn als alles klopte ! Wat is dan wel de goede manier ? Op de breibeschrijving staat een stekenverhouding (aantal steken op 10 cm). Je zet het dubbel aantal st.op en breit ong. 10 cm hoog. Laat de breinaald in het breiwerk zitten en leg het goed plat op tafel. Meet met een lintmeter de middelste 10 cm zodat de kanten er "naast" vallen. Steek 2 maasnaalden in het breiwerk: de eerste op 0 cm en de tweede op 10 cm. Aan beide kanten is er "overschot" van breiwerk, deze kanten krullen zich op, laat ze krullen, ze worden niet mee gemeten. Haal de lintmeter weg. Nu kan je de steken tussen beide maasnaalden goed tellen. Als je ze niet duidelijk genoeg kan zien mag je ze zelfs opentrekken als dat voor jou gemakkelijker is. Zo lang de naalden op hun plaats blijven is het goed. Waarom moet ik dat met 2 maasnaalden doen ? Ik ben
ervaren, heb verstand van steken tellen, ik kan het evengoed langs de rand
van de lintmeter tellen. Ik heb een halve steek te veel, dat is ook al goed zeker
? Als het proeflapje geen halve, maar een hele steek (of meer) verschil geeft kan je op dezelfde manier vooraf berekenen hoeveel centimeter (of maten) je trui te groot of te klein zal worden. Gemakkelijk, niet ? Nu weet je vooraf of de trui jou zal passen of voor welke buurvrouw hij zal zijn... Wat doe ik als het aantal st.niet klopt ? Kan ik dan
gewoon mijn trui beginnen breien ? Neem ik dikkere of dunnere naalden ? Stap 3. Als je aan het eerste pand van je trui bezig bent meet je bij ong.10 cm.hoogte toch nog eens de breedte na en controleer deze met de afmeting bij het schema. Sommige breisters beginnen opeens vaster (of losser) te breien met veel steken op de breinaald. Het zijn uitzonderingen, maar ze zijn er. En het is beter nog eens de eerste 10 cm van een rugpand opnieuw te breien met nog maar eens een andere maat breinaalden dan een hele trui opnieuw uit te trekken, of niet soms ? Moet ik echt al die moeite doen ? Troost: eens je wat ervaring hebt weet je wel of je gewoonlijk te vast of te los breit, dan kan je meteen een dikkere of dunnere naald nemen voor je proeflapje en hoef je meestal geen 3 of meer keren opnieuw te beginnen, maar een proeflapje maken hoort bij breien als je wil dat je trots kan zijn op het resultaat. Stap 4. Leer uit je fouten en verkeerde gewoonten ! Een filosofisch momentje: breien doe je niet alleen maar om nieuwe kleding te hebben, maar ook om te ontspannen en weg te dromen, de stress van de voorbije dag(en) te laten ontsnappen. Het maakt niet uit of de trui vandaag klaar is, of slechts over een paar dagen, het resultaat is het belangrijkste. Maak je dus niet druk over een proeflapje meer of minder. Eens je trui klaar, neem dan een filosofisch momentje om na te denken over je pas voltooide brei-ervaring. Trek je nieuwe trui aan, ga voor de spiegel staan en controleer of er dingen zijn die je de volgende keer beter zou kunnen doen en dóe het ook ! Terug naar vragen: breitips voor haak- en breimodellen zie volgende pagina's: lente/zomer kinderen ... lente/zomer dames/heren herfst/winter kinderen ... herfst/winter dames/heren voor andere kwaliteiten breiwol, zie alfabetisch overzicht collectie en overzicht volgens naalddikte
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||